Kwaadaardige hersentumor zorgt voor hoogste aantal ‘verloren levensjaren’

Nieuwe parameters geven impuls aan onderzoek naar behandeling glioblastoom

Donderdag 20 oktober 2016 — Overheid en statistici kijken tegenwoordig niet alleen naar de economische en epidemiologische impact van kankers die grote groepen van mensen treffen, maar nemen alsmaar meer het begrip ‘verloren levensjaren’ in aanmerking om researchgeld te investeren. Bij geen enkele andere vorm van kanker is het aantal verloren levensjaren zo groot als bij een hersentumor. De combinatie van een heel korte levensverwachting bij een vaak nog actieve groep van veertigers en vijftigers, zorgt ervoor dat glioblastoom met gemiddeld twintig verloren levensjaren op eenzame hoogte staat. Mede dankzij de nieuwe aandacht van farmaceutische bedrijven en de onderzoekswereld ontstaat er nieuwe hoop op een doorbraak in de behandeling op middellange termijn.

Vorige maand raakte bekend dat glioblastoom, de meest voorkomende vorm van kwaadaardige hersentumor, bovenaan staat in de ranking voor onbeantwoorde medische behoeften van het Riziv. Dat is niet toevallig: bij de beslissing om researchgeld te investeren, kijkt men tegenwoordig niet alleen naar hoe vaak de ziekte voorkomt en bij hoeveel mensen, maar ook naar het begrip ‘potentiële verloren levensjaren’: hoeveel jaren een persoon door de ziekte van zijn normale levensverwachting moet aftrekken. Zowel de individuele als de economische gevolgen worden daarbij geteld. Hoe belastend is de ziekte voor een individu en hoe belastend is het voor de maatschappij? “In beide categorieën zijn kwaadaardige hersentumoren de trieste nummer één”, zegt prof. dr. Steven De Vleeschouwer, hersenchirurg in UZ Leuven.

Nieuwe impuls

Glioblastoom blijft een fatale aandoening en scoort mede daarom zo hoog in de lijst van dringende medische behoeftes. De gemiddelde levensverwachting na de diagnose is vandaag iets meer dan een jaar. De ziekte treft niet alleen kinderen en senioren, maar ook een grote groep veertigers en vijftigers, die volop deelnemen aan het economische leven. Zij zien maar liefst twintig jaren van hun normale levensverwachting afgaan, meer dan bij eender welke andere vorm van kanker. Bij longkanker gaat het bijvoorbeeld om 14 levensjaren, bij prostaatkanker om 9. Waar tot voor kort de maatschappelijke aandacht en bijhorende financiële steun bijna uitsluitend ging naar kankers die grote bevolkingsgroepen treffen, krijgt nu ook het onderzoek naar glioblastoom en andere zeldzamere aandoeningen een nieuwe impuls.

Sprankel hoop

Prof. dr. Steven De Vleeschouwer, hersenchirurg in UZ Leuven, is tevreden dat vandaag niet enkel de markteconomische principes belangrijk zijn als het op onderzoek aankomt. Hij is positief over de vooruitzichten van het nieuwe onderzoek. “Onderzoek loont, dat zagen we al in het verleden. Tot tien jaar geleden hadden mensen met een hersentumor een gemiddelde overleving van twaalf maanden na de diagnose. Na twee jaar was amper 8 tot 9% nog in leven. Vandaag is dankzij de gecombineerde therapie van een operatie, bestraling en chemo de sprankel hoop een pak groter geworden. Momenteel is na vijf jaar nog 10% van de mensen in leven, met een relatief goede levenskwaliteit. Maar dat is enkel geldig voor een kleine groep mensen. En algemeen geldt dat we onze patiënten nog altijd niet kunnen genezen van de ziekte. Die doorbraak moet nog komen: met de nieuwe mentaliteit hoop ik op verdere resultaten over vijf tot tien jaar.”

Pipeline

De doorbraak verwacht men uit verschillende invalshoeken, meestal verder bouwend op goed doordachte combinatietherapieën. Na optimale chirurgie volgt bijvoorbeeld een combinatie van nieuwe substanties met radiotherapie, waarbij men nieuwe stoffen gebruikt om de tumor gevoeliger te maken voor radiotherapie. Idem dito voor een combinatie met chemotherapie, waarbij nieuwe producten de tumor gevoeliger moeten maken voor de chemo. Professor De Vleeschouwer: “Daarnaast is er onderzoek naar angiogenese voor hersentumoren, waarbij men de bloedvaten van de tumor probeert te controleren en het plaatselijke micromilieu aanpakt. Momenteel breekt vooral de immunotherapie potten in het algemeen kankeronderzoek. Bij hersentumoren is immunotherapie wat moeilijker, omdat hersenen in een apart gedeelte van het lichaam zitten, goed afgeschermd van het immuunsysteem. Je krijgt er moeilijker toegang toe, maar er zitten heel wat beloftevolle onderzoeken in de pipeline.”

Eén grote algemeen succesvolle revolutie in het kankeronderzoek naar hersentumoren is niet voor binnenkort. “Die fout maakte men in het verleden: bij een nieuwe hype ging al het geld en alle aandacht naar die ene mogelijke therapie. Vandaag weten we dat je best niet alle appels in hetzelfde mandje legt. Meerdere onderzoeken spreiden, samenwerkingen tussen verschillende bedrijven en universiteiten én investeren in verschillende pistes is de beste optie.”

Foto: copyright Shutterstock