Slimme ballon vermijdt tweede ingreep bij ongeboren baby’s met middenrifdefect
UZ Leuven en Franse ziekenhuispartner vereenvoudigen foetale chirurgie met ballonnetje dat via MRI-scanner leegloopt

Onderzoekers van UZ Leuven en het Parijse universitaire ziekenhuis vonden een manier om een tweede ingreep bij ongeboren baby’s met een ernstig middenrifdefect te vermijden. De foetus krijgt voor die aandoening een ballonnetje in de luchtpijp, dat normaal gezien operatief verwijderd wordt. Dankzij een nieuwe ‘slimme’ ballon met een magnetisch ventiel kan het ballonnetje voortaan leeglopen via blootstelling aan het magnetische veld van een MRI-scanner. De zwangere moeder maakt dus een wandeling rond de MRI-scanner in plaats van een nieuwe chirurgische ingreep te ondergaan. De resultaten van de studie verschenen zopas in het vakblad The Lancet.
Wanneer een ongeboren baby een gaatje heeft in het middenrif (congenitale diafragmatische hernia of CDH), kunnen organen uit de buikholte naar de borstkas verschuiven. Daardoor krijgen de longen te weinig ruimte om zich goed te ontwikkelen, waardoor de baby na de geboorte moeilijk kan ademen en zelfs kan overlijden.
Bij ernstige vormen van CDH plaatsen artsen tijdens de zwangerschap via een kijkoperatie een klein ballonnetje in de luchtpijp van de ongeboren baby. Dat ballonnetje houdt vocht vast in de longen, waardoor die beter kunnen groeien. UZ Leuven staat wereldwijd bekend om deze FETO-techniek, die in Leuven mee werd ontwikkeld door een internationaal onderzoeksteam onder leiding van UZ Leuven en KU Leuven. De behandeling verhoogt de overlevingskansen bij ernstige CDH van ongeveer 15 naar 40 procent.
Extra operatie verhoogt risico’s
Maar het ballonnetje moet voor de geboorte opnieuw verwijderd worden. Tot nu toe gebeurde dat via een tweede ingreep, meestal rond 34 weken zwangerschap. Gebeurt dat niet op tijd, dan kan de baby na de geboorte niet ademen. Die ingreep brengt opnieuw risico’s met zich mee, zoals vroegtijdig breken van de vliezen en vroeggeboorte. Bovendien gaat ongeveer één op de drie zwangere vrouwen spontaan vroeger in arbeid terwijl het ballonnetje nog aanwezig is. In dat geval moeten artsen het ballonnetje dringend verwijderen nog voor de baby geboren wordt.
Omdat de ingreep bij ongeboren baby's enkel in gespecialiseerde centra gebeurt, verblijven de zwangere moeders vaak wekenlang in de buurt van het ziekenhuis. In 2025 kwam ongeveer twee derde van de behandelde patiënten vanuit het buitenland naar UZ Leuven voor een FETO-behandeling. Dat maakt die periode extra zwaar voor gezinnen en vraagt tegelijk een permanente beschikbaarheid van gespecialiseerde teams.
Van twee ingrepen naar één
Een kleine aanpassing aan het ballonetje maakt een tweede ingreep niet langer nodig. De plaatsing van het ballonnetje blijft dezelfde, maar binnenin zit een klein magnetisch bolletje dat een ventiel afsluit. Om de ballon leeg te maken, wandelt de zwangere vrouw nu eenvoudigweg rond een MRI-scanner. Het magnetisch veld zet het bolletje in beweging, waardoor het ventiel opent en de ballon vanzelf leegloopt. Na de procedure controleren artsen via echografie of de luchtweg volledig vrij is. In de studie lukte het leeglopen van de ballon in alle uitgevoerde gevallen. Dankzij deze nieuwe ‘smart’ ballon kan in de toekomst een deel van de opvolging dichter bij huis gebeuren. Dat maakt het traject veiliger en minder belastend voor gezinnen en zorgteams.
Prof. dr. Francesca Russo, foetaal chirurg in UZ Leuven: "Met deze techniek maken we een bestaande behandeling een stuk eenvoudiger. We vervangen chirurgie door een slimme ballon die we via een MRI-scanner kunnen laten leeglopen. Dat betekent minder risico’s voor de baby, minder onzekerheid voor de ouders en beter planbare zorg voor het team.”
De studie kwam tot stand dankzij de samenwerking tussen multidisciplinaire teams uit Leuven en l’hôpital Antoine Béclère AP-HP, samen met de ontwikkelaars van de SMART-TO-ballon aan l'Université de Strasbourg.



FETO behandeling bij middenrifdefect © UZ Leuven
